Mannen met baarden

Op gegeven moment was ik het zat om me elke dag te scheren. En ik was wel benieuwd naar hoe een baard zou staan. Dus sinds 10 november jl. scheer ik me niet meer. Minimaal 3 tot 4 weken was mijn doel. En dan maar zien. En dat is nu bereikt.

Het is grappig hoe zo’n kleine verandering, die toch niet wereldschokkend is, toch zoveel met zich meebrengt. Om te beginnen zie ik ineens dat er heel veel mannen met baarden zijn. In verschillende vormen. Het is net als een nieuwe auto kopen, normaal zie je het merk en type bijna nooit op de weg, na aanschaf lijkt iedereen er mee te rijden.

Ten tweede heb ik ineens heel andere gesprekken met mensen. Het begint bijna altijd over mijn baard als mensen me voor het eerst daarmee zien. Gelukkig zijn het over het algemeen hele positieve reacties. En ik heb ineens gesprekken met mannen met baarden, over hoe zij het onderhouden, waarom zij voor die vorm hebben gekozen enz. Heel bijzonder en apart tegelijk. Het is in elk geval een makkelijk onderwerp, alsof je bij een nieuwe club hoort: Mannen met baarden.

Ten derde is mijn eigen gewaarwording van mezelf veranderd. Ik neem al sinds 10 november elke dag een foto van mezelf, om de voortgang, de groei van de baard misschien in een filmpje heel snel te kunnen volgen. Vooral onder de douche is de beleving heel apart. De baard wordt natuurlijk ook nat en als ik met mijn hand over mijn gezicht ga voel ik ineens een dikke plak op mijn wangen… heel apart als je al 52 jaar gewend bent een gladde huid te voelen. En dan komt meteen de gedachte, die moet ik natuurlijk ook met shampoo inzepen…

Het was wel erg wennen, want een baard kriebelt nogal. Zeker als het in de hals doorgroeit. Dan hoor je dat je twee vingers boven de adamsappel moet vrijmaken. Wat weer een hele kunst is, want zo’n goed zicht heb ik daar ook weer niet op. Want als het scheef is, is dat ook geen gezicht. Dus er komt ook nog wel wat bij kijken.

In de spiegel kijkend voel ik me eigenlijk best tevreden met mijn nieuwe gezicht. Vooral de positieve reacties van anderen bevestigen mijn eigen gevoel. Laatst vrijdag wilde de dirigente van mijn koor zelfs ‘even voelen’… waarna ze met haar hand langs mijn wang streek, heel bijzonder.

Ooit heb ik een week mijn baard laten staan om te zien wat dat deed. Die werd toen nog rossig. Nu is de tand des tijds duidelijk aan het knagen aan mijn gezicht want de baard is toch echt zout en peper, oftewel grijs. Maar schijnbaar heeft het juist wat ruigs.

En vooral is er de opmerking dat het zo mannelijk is. Altijd fijn als je als man ook mannelijk gevonden wordt. Door mijn ‘aparte’ stem, zoals laatst weer een kind van 6 tegen mij zei, willen mensen door de telefoon nog wel eens in dubio zijn, maar ja, dan zien ze mij ook niet natuurlijk.

En als laatste voordeel: het is lekker warm! De warmte van het gezicht blijft in de baard hangen, dus bij koude wind of koude temperaturen heb ik een natuurlijk wollen dekentje. Wat wil een mens nog meer! Niet voor niets zijn de mannen die hoge bergen beklimmen vaak mannen met baarden. Het is even afwachten hoe het is als het warm is, want dan zal het wel minder fijn zijn, maar ja, je kunt een baard ook heel kort houden… oftewel een win-win situatie.

In elk geval ben ik nu zelfs overgegaan tot de aanschaf van een baardtrimmer! En dat is toch wel handig. En ook weer een heel nieuw instrument om te leren gebruiken. En te ontdekken wat ik dan wel wil met die baard, hoe die eruit moet zien, wat ie überhaupt doet als ie groeit. En vooral hoe lang kan die worden.

Het leven is vol verrassingen zo blijkt maar weer, en het leuke is dat je dat zelf soms heel makkelijk kan beïnvloeden. Even iets veranderen aan jezelf of je omgeving en de blik op de wereld, het leven, wordt ineens heel anders 🙂

NB. Voor een blik op mijn nieuwe gezicht moet je maar even op mijn site kijken, stoelenga.nl

Advertisements

Hiep, hiep, hoera, 28 jaar getransplanteerd

Vandaag vier ik mijn 28e transplantatieverjaardag. Ik ga lekker sushi eten. What else!

Door de roerige tijden het laatste half jaar (zie mijn vorige blog) is het extra bewust omgaan met de tijd die ik helemaal voor mezelf heb. En realiseer ik me ook dat het bewust kiezen voor hetgeen je zelf leuk vindt, nog best lastig is soms.

Ik had maandag een cursus Vitaliteit, waarbij de aandacht met name lag op het spanningsveld tussen werk, thuis en je eigen behoeften. En onder thuis werd ook familie en vrienden besognes verstaan. Daar heb ik in elk geval zeker een spanningsveld gevoeld. Zelfs als je nog gaat voor je eigen behoeften, dan zit daar een afweging in van ‘wat kost me dat’. Als ik bijvoorbeeld op dinsdagavond van 20 uur tot 22.30 uur naar biodanza ga, dan betekent dit dat ik woensdags vermoeider ben omdat ik minder kan slapen en ook nog vaak slecht in slaap val door de drukte ervoor. En dat merk ik dan wee op het werk. Maar het levert anderzijds ook heel veel op.

Voor anderen in de cursusgroep, veelal ouders van een gezin, speelt dit nog veel meer: die zijn vaak vader/moeder, partner, hebben een rol op het werk, en daarnaast zichzelf nog. Dat zijn best veel rollen… en dan goed voor jezelf zorgen, je eigen behoefte volgen en de dingen doen die jij leuk vindt en dus tijd kosten die ervoor anderen dan niet is, is best lastig. Ik heb ‘maar’ drie rollen gelukkig.

Ik realiseer me dat het belangrijk is te blijven doen wat ik leuk vind en dus af en toe nee te zeggen. Maar ook weer niet te veel willen doen en niet bang zijn voor ‘missing out’. Dat is niet makkelijk want als je dan tijd voor jezelf hebt, dan is het ook weer dat je moet kiezen, wat doe ik wel en wat doe ik niet met die tijd. Je kan maar op één plek tegelijk zijn en meerdere dingen per dag doen is vaak te vermoeiend en gaat ten koste van de volgende dag soms.

Hoe dan ook, hoewel de laatste tijd de tijd voor mezelf ietwat schaarser was, gelukkig mag ik inmiddels wel 28 jaar bijtellen bij mijn levenstijd, en hopelijk heb ik nog veel extra tijd om in te vullen en me druk te maken over hoe ik die ga invullen.

HIEP HIEP HOERA!

 

Herfst 2018

Ik ben bijna 28 jaar getransplanteerd en kan niet anders zeggen dat de laatste paar maanden mijn leven vooral rondom de zorg voor mijn ouders draaide. Mijn moeder die 5 weken in het revalidatiecentrum was om te herstellen en weer te leren lopen, in gezelschap van mijn vader, zonder wie dat verblijf een drama zou zijn geworden: het revalidatiecentrum was duidelijk niet ingesteld op ouderen met Alzheimer. Na 5 weken vonden ze het wel genoeg en moest mijn moeder acuut vertrekken.

Gelukkig waren we al actief geweest met het zoeken naar een verpleeghuis. De zorg voor mijn moeder zou na terugkomst zelfs voor mijn vader onmogelijk worden. En gelukkig vonden we een heel fijn en compleet tehuis in Bussum. Hoewel er een wachttijd was van een aantal maanden hadden we het geluk dat er net een plaats vrij was gekomen. Ik realiseer me nu wel dat met het vrijkomen van een plaats het betekent dat er iemand is overleden… want het verpleeghuis is duidelijk wel een eindstation. Maar goed, op dat moment was het in elk geval een zegen en een uitgekomen gebed.

Al snel daarna bleek mijn vader versneld geopereerd te moeten worden aan zijn verkalkte aortaklep. Hoewel de ingreep op zich veel gedaan wordt, blijft het toch een ingrijpende ingreep die ook zo zijn zorgen en angsten met zich meebrengt. Het duurde even voor hij aan de beurt was en tussentijds bleek wel hoe nodig het was, hij moest ervoor versneld opgenomen worden vanwege duizeligheid en kortademigheid. Al met al is hij 6 weken in het ziekenhuis verbleven en konden wij hem regelmatig gaan opzoeken.

Na de geslaagde operatie kwamen er wat complicaties, net toen hij op het punt stond om naar huis te gaan. Een hartritmestoornis van 19 seconden en niet veel later een echte hartstilstand maakten dat ik bijna mijn vader kwijt was geweest als hij wel naar huis was gegaan. Op dezelfde dag nog een tijdelijke pacemaker en een operatie aan zijn rechter slagader (ze hadden per ongeluk het verkeerde vat aangeprikt) maakten dat de dag er heel anders uit was gaan zien. In plaats van naar huis kon hij bovendien nog een week blijven, plat op bed, tot hij de definitieve pacemaker kreeg.

Het vreemde van dit alles is hoe mijn geest en lichaam reageerden. Telkens als er iets gebeurde, was het in afwachting van wat erop zou volgen, zonder heel veel paniek te voelen. Vooral bewust van dat mijn vader er nog steeds was en hoe fijn dat was. Wel een enorme vermoeidheid bouwde zich meer en meer op, veel vrije tijd was er niet meer geweest, alle tijd ging op in werken en op en neer rijden naar het ziekenhuis. Op het werk waren ze ongelooflijk meelevend, en kreeg ik alle ruimte om de aandacht aan mijn ouders te geven die ik wilde. En het was ook ontzettend fijn om dat te doen! Nu kon ik iets terugdoen voor al die tijd die zij in mij geïnvesteerd hadden, zoveel vrije tijd en zorg die zij aan mij gegeven hebben toen ik in het ziekenhuis lag, toen ik zorg en liefde en aandacht nodig had. Dat het zo zou omdraaien had ik nooit kunnen denken.

Ondertussen zie ik mijn moeder toch steeds meer achteruit. De alzheimer krijgt meer en meer vat en sloopt langzaam het geheugen en bewustzijn van mijn moeder. Gelukkig is ze van nature altijd een lief en zacht en open mens, dus het is makkelijk om toch bij haar te kunnen zijn, ook al vraagt ze zich het merendeel van de tijd af wie ik ben. Haar achterlaten in het verpleeghuis als ze weer haar heldere momenten heeft en zegt dat ze mee wil naar huis, zijn het zwaarst. Maar te weten dat ze daar in goede handen is, en na vijf minuten al niet meer weet dat ik er was, geven wel rust. Te weten wat er nog kan komen, valt me echter zwaar. Ook daarbij is het belangrijk dat ik kijk naar wat er nu is en niet wat er kan komen. Want feitelijk weet ik dat niet.

Nu is wel de rust meer en meer aan het terugkomen en dus ook tijd om uit te rusten. Het is moeilijk om niet heel snel weer te willen leven als voor de laatste 6 maanden, want alles is nu anders. En zo is het leven. Het kan zomaar in een jaar, een maand, een week, een dag, een seconde totaal veranderen. Het is de kunst daarin mee te gaan en niet teveel ertegen verzetten.

Toch merk ik dat sommige gebeurtenissen enorme impact kunnen hebben. Het overlijden van Samantha Eising en Sandy Roorda bijvoorbeeld raken me dieper dan ik dacht. Hoewel ik feitelijk niet of nauwelijks contact met ze had, waren zij voor mij strijders om het leven die maar door leken te gaan, ondanks hun ongelooflijk moeilijke situatie. En het verlies dat zij er nu niet meer zijn laat een leegte achter. Nog veel meer voor hen die haar dierbaar zijn en waren, maar ook voor mij. Er zijn geen zekerheden in het leven, niemand ontkomt uiteindelijk. Maar aan de andere kant vertegenwoordigden zij een belangrijke rol in hun strijd. En waren zij zelf belangrijk. En zijn dat nog steeds. Als signaal dat er nood is, maar ook dat een mens ongelooflijk veel kracht heeft en levensdrang kan hebben.

Wellicht vertegenwoordig ik met mijn leven ook zo’n verborgen zekerheid voor anderen. Hoewel velen geen direct contact met mij hebben, het feit dat ik er nog ben na 28 jaar longtransplantatie geeft misschien hoop, en duidt op mijn kracht en levensdrang, ook al twijfel ik daar soms zelf wel eens aan. En dus troost ik me bij het feit dat alles wat er gebeurt in het leven betekenis heeft, voor degene die het overkomt en degenen die het al dan niet onbewust meebeleven.

Zomer 2018

Deze weken kunnen we zeggen dat we een echte zomer hebben. Al weken is het prachtig weer, met temperaturen tussen de 24 en 29 graden, gelukkig af en toe afgewisseld met een iets frissere dag. Sinds februari gaat het goed met mij, ik ben opgekrabbeld uit de burn-out, heb andere keuzes gemaakt op het werk en kan nu zelfs uitdrukkelijk zeggen dat ik een klus wil doen als er maar geen (al te grote) druk op me gezet wordt. Een hele vooruitgang!

En ik heb meer rust gevonden, bij dagelijkse meditatie en yoga-oefeningen, bij de DRU-yoga één keer per week, door lekker naar het filmhuis te gaan, al dan niet alleen, of regelmatig naar de sauna, ook al dan niet alleen. En mezelf aanzetten tot het bezoeken van prachtige tentoonstellingen in mooie musea. Dat ging toch makkelijker toen ik nog met Inge was. En relaxvakanties in Egypte met mijn broer en neefje, SPA-en in Portugal met Sergei, en een week cursus persoonlijke ontwikkeling brachten de nodige ontspanning en energie.

De laatste weken is mijn leven echter ‘opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats..’ sinds mijn moeder gevallen is en haar heup en bekken gebroken heeft. Ineens wijkt alles, en is alles gericht op steun aan mijn ouders geven. Eerst vijf dagen in het Tergooi ziekenhuis in Hilversum waar ze schandalig verwaarloosd is en met doorligwonden op haar voeten en een nieuwe wond aan haar been uiteindelijk in het revalidatiecentrum is gekomen om te herstellen en weer op de been te geraken.

Maar tussentijds heb ik ook hele leuke activiteiten ook gehad zoals de reünie van mijn lagere school, De Regenboog, in Heiloo, een school die al met al 8 jaar bestaan heeft voor het gesloopt werd ten behoeve van een woonwijk. Een hele gezellige reünie die me weer een gevoel van veiligheid en vertrouwdheid gaf van toen alles nog goed leek (al was dit in de praktijk natuurlijk niet altijd zo) toen ik een aantal van toen weer ontmoette. En niet te vergeten CF-Beachdance, wederom geweldig georganiseerd door Veronica, was ook een heerlijk feestje!

En ook een paar uitjes van NMLK, etentjes van koor, vriendenclub, werk gaven toch de nodige afleiding voor de drukte die ik had om samen met mijn broer om mijn ouders het zo goed mogelijk te laten hebben, En voor mijn zorg om wat deze gebeurtenis betekent voor het leven van mijn ouders, allebei al 85 en 86 jaar, die al 64 jaar bij elkaar zijn. Dus een geheel zorgeloze zomer heb ik niet, maar het lekkere weer helpt daar wel goed bij!

Een fijne zomer voor iedereen die dit leest!

Nieuwe donorwet aangenomen!

Er is een wonder gebeurd: de ‘omstreden’ donorwet is aangenomen. Mijn vertrouwen in de politiek is weer een beetje hersteld zowaar. Iedereen is donor tenzij je expliciet vast legt dat je dit niet wilt zijn.

Opvallend vind ik dat kranten meteen met het verhaal kwamen hoeveel mensen zich als Niet-donor hebben laten registreren terwijl het aantal actieve donoren ook is toegenomen. Altijd het negatieve benadrukken, olie op het vuur gooien in plaats van het positieve benoemen.

Bijzonder vond ik een gesprek met een collega. Hij vertelde dat ze de situatie thuis hadden nagespeeld dat de ander net overleden is en hij als nabestaande op dat moment, met mijn levensverhaal in het achterhoofd, iets moet vinden van het doorgeven van diens organen als de overledene zich als actief donor heeft laten registreren.

Het moeilijkst vond hij niet dat zij haar organen zou afstaan, maar meer dat op dat moment angst kan bestaan of de partner ook wel echt dood is. En dat niet een of ander harteloze arts haar weghaalt zonder die duidelijkheid ook te verschaffen. Want op dat moment ligt er vaak nog een partner die nog een warm lichaam heeft en is er soms nog het ongeloof dat die ander echt dood is.

Daarnaast is de tijd om afscheid te nemen belangrijk. Want als dat niet zorgvuldig gebeurt, zullen die nabestaanden alsnog nee zeggen. Ervaringen met hoe het nu sinds gaat blijkbaar vrezen daar wel voor.

Het gekke is eigenlijk wel dat als jijzelf vindt dat jouw organen naar een ander moeten gaan, een ander daar nog iets over te zeggen heeft. Want dat voorbehoud zit nog steeds in de wet om deze aangenomen gekregen te hebben. De nabestaanden moeten dus nog steeds op een emotioneel moment ineens een verstandelijke beslissing nemen: akkoord gaan met de wensen van de ander in plaats van te kijken naar de eigen belangen en angsten. Want de angst kan naderhand leven dat je denkt dat de partner misschien wel niet echt dood was. En jij dus over haar lot hebt beslist. En de rest van je leven met die gedachte moet leven.

En er zijn ook nog mensen die denken dat de overheid hier een beslissing in heeft daar helemaal geen vertrouwen in hebben.

Oftewel er moet veel duidelijkheid komen over hoe en wat. Op het moment van de vraag of melding dat de overledene orgaandonor is, en het einde er nu is,  moet wel nog steeds met heel veel zorgvuldigheid met de nabestaanden omgegaan worden, anders zullen zij alsnog nee zeggen en mensen zich als niet-donor laten registreren. En dat is juist niet de bedoeling.

Maar al met al is het is voor degenen voor wie een donororgaan de laatste strohalm is om te kunnen blijven leven een enorme opluchting te weten dat de kans op overleven toeneemt nu de kans op meer donoren toeneemt. Een kans om weer te hopen, want hoop doet leven!

Dus hoera voor de minister, de eerste een tweede kamer dat zij zo moedig zijn geweest dit besluit voor leven na de dood te hebben durven nemen.

Gewoon

Het lijkt wel een nieuwe rage, stopwoord, hoe je het ook wilt noemen, maar tegewoordig gebruikt iedereen te pas en te onpas het woordje ‘gewoon‘.

Als je erop gaat letten hoe vaak men dit woordje in een zin of gesprek gebruikt… Nou het leidt behoorlijk af. En het ergste is dat het woordje vaak helemaal niet als zodanig iets toevoegt (wat vaak met stopwoordjes is). Het wekt de indruk dat, jij of iemand anders, iets vanzelf(sprekend) doet, zonder problemen… Maar vaak is dat helemaal niet zo en is er niets gewoons aan eigenlijk, soms is het zelfs verrekte moeilijk om iets te doen. Want het gaat vaak over iets (moeten) doen.

Trouwens, je kunt hetzelfde zeggen van de woordjes ‘ natuurlijk’ en ‘ even’.

Nou moet ik wel bekennen dat ik zelf ook de grootste moeite heb om die woordjes niet te gebruiken. Vooral sinds ik me hiervan bewust ben is dat knap vervelend. Dus ja, het is besmettelijk.

Dus misschien is het beter onbewust onbekwaam te blijven, niet wetend dus dat je het gebruikt of een ander, met het risico dat een ander je toch niet even makkelijk op je wenken zal bedienen als je om iets vraagt. Gewoon.