Komt een getransplanteerde bij de dokter…

Afgelopen maandag zat ik in de gang van het St. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein te wachten op de longfunctie op de poli van de longafdeling. Rustig de krant lezend op mijn mobiel hoor ik ineens iemand zeggen ‘Wat bijzonder jou te zien, weet je hoezeer jij een voorbeeld bent’?

Ik kijk op en zie een man die ik nog niet ken, maar die me verteld dat hij nog steeds de opname van het televisieprogramma van Eén Vandaag van mijn 25 jarig jubileum, 25 jaar dubbele longtransplantatie, op zijn harde schijf heeft staan. En dat die er echt niet afgaat! En daar regelmatig naar kijken als ze het moeilijk hebben. Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen, dus ik bedank hem hartelijk. ‘Is het u wel vaker verteld dat u zo’n groot voorbeeld bent’ vraagt hij vervolgens. Ja, beken ik, ik heb het vaker gehoord. Ik voel me altijd een beetje ongemakkelijk omdat ik wel heel blij ben dat anderen zoveel hoop krijgen van mijn leven, maar ik denk en zeg ook, ‘ik heb veel geluk gehad’ en ‘Ik doe daar niets voor, alleen maar blijven ademen’. En dat is ook zo! Ik heb geweldige longen gekregen die goed bij mij passen. En hoef daar niets voor te doen, alleen maar blijven ademen.

Ik vergeet echter iets te vaak dat er meer nodig is dan geluk om het zo lang vol te houden. Om het überhaupt te overleven. Je moet ook een bepaald doorzettingsvermogen hebben, ergens telkens weer kracht weten te vinden om door te gaan als je het echt niet meer ziet zitten. En te zorgen dat ik gezond blijf. Daar ben ik toch vaker en meer mee bezig dan ik me besef. Het is een tweede natuur geworden om te zorgen dat ik me warm kleed, goed eet en wat dan ook. En ik heb verhoudingsgewijs niet heel veel tegenslag gehad voor mijn transplantatie, mijn longen werden destijds gewoon in een snel tempo slechter en slechter en op tijd kwam alles op mijn pad. Integendeel! Dat Nieuwegein wilde starten met transplantatie in Nederland, dat ik geschikt werd bevonden, dat ze mij wilden als proefkonijn. Achteraf blijkt dat mijn longarts dr Bakker mij had voorgedragen voor transplantatie. Dat mijn vader van alles gedaan heeft om financiering geborgd te krijgen, en daarna een heel koor Message uit Baarn dat vervolgens de rest van het geld bij elkaar haalde, dat mijn zus dokters weg hield uit mijn kamer om voldoende sterk te blijven, dat ondanks twijfels of ik niet een te groot risico zou zijn voor deze eerste transplantatie ik toch de operatie in mocht gaan ook weer dankzij mijn zus en dr Bakker. Zo veel vertrouwen heeft men in mij gehad dat ik dit ook zou kunnen doorstaan.  Ik heb zoveel engeltjes gehad die over mij waakten, alleen al daarom mag ik mij de gelukkigste getransplanteerde en mens op deze wereld voelen.

Ondertussen is er nog een andere vrouw bijgekomen in de gang. Zij kent mij niet. De man vertelt haar of ze zich wel realiseert wie er naast haar zit. Dat ik een voorbeeld ben, en al 26,5 jaar getransplanteerd ben. De vrouw is aangenaam verrast. Zij is nu 6 jaar getransplanteerd, longemfyseem. En vervolgens vertelt zij over al haar kwalen, allerlei problemen, haar stoma, dat haar man er niet meer is, de problemen met andere ongemakken. En vervolgens nog meer ellende van anderen die ze ook weer kent. En tja, ik ben toch een beetje iemand die het vreselijk vindt als mensen het zo vreselijk hebben of hebben gehad, het zou me meer bewust moeten maken van mijn geluk, maar eigenlijk voel ik me alleen maar machteloos. Ik denk wel, tel je zegeningen Robert, maar het liefst ga ik dan toch weg. Ik kan niet zo goed tegen al die ellende. Ik heb dat ook altijd proberen te vermijden van anderen in het verleden. Ik wil niet horen wat er allemaal mis kan gaan, welke ellende er allemaal is. Daar word je niet hoopvoller of positiever van.

Ondertussen is de vrouw van de man erbij gekomen, ze heeft net ook longfunctie gehad, het blazen viel tegen. Ze heeft nu 5 jaar haar nieuwe longen, ook longemfyseem. Ze ziet er ietwat kortademig uit. Wederom voel ik me gelukkig dat ik het zo goed getroffen heb, niet iedereen heeft dat. Ook zij is onder de indruk van mijn aanwezigheid.

Ik word ondertussen opgehaald voor mijn longfunctie, die gelukkig weer goed is, als al jaren. Een pak van me hart, juist nu ik sinds een dikke maand zo zit te kwakkelen met weinig energie. Allemaal heel relatief, maar toch wel zo dat je er niet echt blij van wordt. en ik graag bevestig zie dat mijn longen het nog gewoon goed doen. Mijn zus had tenslotte een chronische afstoting gekregen na verloop van tijd. Bij mijn terugkomt zitten er andere mensen te wachten in de gang die mij niet kennen. Geen nieuwe verhalen, geen vragen. Niet veel later komen man en vrouw bij de dokter vandaan, hij steekt zijn duim op naar mij ten teken van afscheid.

Nadat ik mijn gesprek bij de dokter heb gehad, en we gelukkig wederom konden constateren dat het niet aan mijn longen ligt. Dat het de laatste jaren, als ik me niet goed voelde, eigenlijk nooit aan mijn longen ligt. En dat dit me meer vertrouwen in mezelf zou moeten geven. Ik vertel haar over de mensen die op de gang zaten, over hoe ik een voorbeeld voor hen ben. Dat ik soms niet zo goed weet hoe ik daarmee om moet gaan. ‘Nou’, zegt ze, ‘je hebt in elk geval hun dag goed gemaakt’, zo hadden ze haar verteld.

Als ik er later over vertel realiseer ik me eigenlijk hoe bijzonder dit allemaal is. Ik vergeet iets te vaak hoe bijzonder het is wat ik meegemaakt heb en wat ik gekregen heb. Dat ik me soms wat minder kan voelen maar dat het tot nu toe allemaal wel heel relatief is. En dat ik me vereerd mag voelen dat mensen mij zo hoog hebben zitten, dat ik hun hoop geef en een voorbeeld ben als het hen wat slechter gaat. Wat wil een mens nog meer. En het enige wat ik moet doen om hun hoop te blijven is blijven ademen. Ik voel me dankbaar!

Advertisements