Zondag 29 maart, 14e isolatiedag: Squats-challenge

Vandaag weer een prachtige zonnige dag, met een koude wind. Gelukkig heeft die me niet binnengehouden, een uurtje wandelen was top! Ik was duidelijk niet de enige, ik moest regelmatig uitwijken uit het pad. Het groengebied in de buurt van mijn huis is een waar honduitlaatgebied, en soms krijg ik de kans om er eentje aan te halen. Vandaag helaas even niet. Maar ook liepen er veel mensen met zijn tweeën op, te praten, ook even het huis ontvluchten. En het is een vogelparadijs, met gaaien als exoten, al schijnt er af en toe ook een ijsvogel te zijn. En éénmaal zag ik zelfs een roofvogel op tak, vlak boven me zitten. Mensenlief, wat was die groot! Wel ff wat anders dan een mereltje.

Het is duidelijk een rustdag vandaag. Ik kan niet in de tuin zitten, de wind is te koud, dus maar binnen meer vertoeven. Ik heb veel films die op me wachten maar om de een of andere reden heb ik geen zin om ze te kijken. Hetzelfde geldt voor de serie Manifest, waarvan ik het tweede seizoen nog moet kijken. Zal je net hebben: kan je nergens heen, de perfecte tijd om die films te kijken, heb ik geen zin!

Ik ben nu veel meer van het lezen, word ik ook blij van. Ik lees nu vooral Gregory MacDonald, een schrijver bekend om zijn hoofdpersoon Fletch, waar ook twee films van gemaakt zijn. Helaas hebben ze Chevy Chase gecast voor die rol, een sukkel van de bovenste plank, gelukkig weet ik hem uit mijn gedachten te houden bij het boek, ik zou spontaan het hele boek niet meer willen lezen. Lang leve de eigen fantasie. Ik heb Gregory’s boeken eerder al gelezen, in het bibliotheektijdperk, toen ik nog lid was en daar de boeken verslond. Maar het voordeel van ouder worden is dat je makkelijker dingen gaat vergeten (tot het problematisch wordt natuurlijk), dus ik kan heel gemakkelijk (na wel wat tijd) boeken opnieuw lezen. Zo ook de serie van Dick Francis bijv. die ik ook bijna allemaal heb). En nu heb ik Gregory’s boeken tweedehands als paperback gekocht. Af en toe gewoon een papierenboek in mijn hand houden om te lezen, vooral overdag, vind ik heerlijk. En dus zat ik vanmiddag ook heerlijk te lezen op mijn bank, terwijl de zon door mijn glazenpui mij slaperig maakte en mijn ogen dicht vielen. Na een uurtje werd ik wakker, helemaal van de wereld. Heerlijk!

Ook heb ik sinds kort Toni Coppers ontdekt. Hij schrijft misdaadverhalen, zoals Baantjer, met een vaste hoofdpersoon, Liese Meerhout, die als hoofdinspecteur van de politie kunstcriminaliteit onderzoekt. Het speelt zich af in België, wat het al direct sympathiek maakt en is interessant omdat kunst mij ook zeer boeit. Twee vliegen in één klap. Ik lees deze boeken op mijn e-reader, in bed voor het slapen gaan, en het is altijd best lastig om dan te stoppen. Gelukkig ben ik tegenwoordig aardig moe als ik ga slapen, dus als mijn ogen wat letters zijn gaan missen, is het een teken dat ik moet gaan slapen… werkt als een speer.

Vandaag ben ik begonnen aan een Squats-challenge: 3 x per dag 30 squats doen. Door de knieën zakken tot zithooogte met gespreide benen en gestrekte armen naar voren, waarbij de knieën niet voorbij de voeten komen. Langzaam zakken en langzaam weer helemaal tot gestrekte positie komen. Tjonge, wat is dat inspannend. Ik doe dit nu in de ochtend, direct na het opstaan, voor al het andere, in de loop van de middag en voor het slapen gaan. En tussen door nog een keer als ik zin heb.. ik zit erna telkens na te hijgen van de inspanning, dus zoveel extra keren zal ik niet gauw doen. Mijn goede vriend doet dit al jaren, hij deed ze tussendoor op zijn werk op zijn kantoor en voelt zich er sterk door worden en heeft helemaal geen rugklachten meer daardoor. Wel wat voor mij dus ook. Plus dat ik mijn bovenbeenspieren moet trainen, de perfecte workout. Doe jij mij aan de challenge?

Al met al vandaag even geen moeilijke diepgaande onderwerpen, al liep ik tijdens mijn wandeling wel te denken of ik op dit moment een relatie zou moeten aangaan of niet nu ik met iemand in contact ben gekomen. Niet dat het al zover is… maar toch. Het is knap lastig om nu af te spreken, al kan een wandeling op gepaste afstand naast elkaar wellicht geen kwaad… Een relatie aangaan die klikt is wel een beetje SM in deze tijd in mijn beleving want eigenlijk kan en mag er op dit moment helemaal niets… 1,5 meter afstand houden in een nieuwe relatie is echt een uitdaging zou ik zeggen… maar goed, het is nog niet zover. En wie weet is wat extra tijd geen fysiek contact in een beginnende relatie wel een gezonde uitdaging voor mij 😉

 

 

Zaterdag 28 maart, 13e isolatiedag: 1 jaar verder

Vandaag was weer een prachtige dag, zonnig en net warm genoeg om op mijn loungebank in de zon te zitten, veel uittrekken was er niet bij, want de koude wind kwam zelfs ook in mijn normaal beschutte hoek te vaak om de hoek kijken.

Vandaag zou ook mijn moeder 88 zijn geworden. Vorig jaar op 8 februari overleed zij aan Alzheimer. In dat jaar is veel gebeurd, de zorg voor mijn vaders welzijn, zorgen dat hij niet vereenzamen zou. Het gemis aan daginvulling die hij had met het bezoeken van mijn moeder in het verpleeghuis kon ik natuurlijk niet wegnemen. Maar hem 2 dagelijks bellen, elke week bezoeken, met elkaar eten, dat was zeer waardevol en is dat nog steeds.  Want hij is waardevol.

Vandaag brandden de beide kaarsen die hij heeft staan, de kaarsen die je krijgt van de kerk bij het overlijden: twee grote hoge kaarsen die wel wat branduren kunnen hebben. Bij het altaartje in zijn woonkamer, met een grote foto van Ellen, die nu dus al een jaar vergezeld is door mijn moeders foto, staan deze twee kaarsen prominent te branden. Het is een mooi gezicht en fijn om om even weer aan ze te denken. En ondertussen is er al weer zoveel tijd verlopen sinds het vertrek van mijn zus en voor mijn gevoel van mijn moeder ook. Het leven is weer ingedaald, op zijn plek gevallen, een nieuwe balans, een nieuwe invulling, een nieuwe beleving. De mens moet verder, alleen maar stilstaan bij wat geweest is, is geen leven. Dat wil ik ook niet als ik er niet meer ben. Wel vind ik het belangrijk dat ik iets betekend heb. Dat er nog iets van mij achtergebleven is, dat ik niet voor niets geleefd heb.

Ik realiseerde me, toen ik onlangs met een goede vriend sprak, hoe blij ik ben met de video’s die ik heb gemaakt van mijn moeder (en zus) toen ze nog leefde. De paar gesprekken, de situaties bij een verjaardag, de interactie in Domburg bij het ontbijt, het heen en weer bewegen, het daadwerkelijk zien bewegen van mijn moeder, in plaats van een statische foto, die een soort standbeeld is van de tijd. Die goede vriend vertelde me dat hij nog net een opname op het antwoordapparaat kon redden van zijn vader, de enige woorden die hij nog kan terughalen van zijn stem. En hoe jammer hij dat vindt. Veel mensen zijn zich niet bewust van het feit dat het leven vergankelijk is. Dat het leven door je vingers glipt. En voor je het weet is het voorbij. Jouw leven of dat van een ander. En wat is er dan over…

Soms vraag ik me af waarom ik deze blogs schrijf. Schrijf ik deze voor mezelf, om mijn gedachten van me af te zetten. Of schrijf ik die omdat ik graag van anderen wil horen dat mijn leven zinvol is, of dat ik het goed heb gedaan met hoe ik het beschreven heb? Of is het toch ook een stukje van mezelf achterlaten, dat mensen weten wie ik was als ik er niet meer ben. En wat er zoal in me omging. Een stukje geschiedenis achterlaten misschien. Deze periode zal zeker ingaan als een zwarte maar opmerkelijke voor de mensheid. Hoe ging men ermee om? Hoe ga je om met een chronische ziekte, met de angst om niet oud te worden, met een eenzame strijd, met angst om die strijd alleen te moeten doormaken, met de angst voor de door, het onbekende, het ontcontroleerbare. Kan je daar misschien toch ook een mooi leven van maken.

Met alle social media wordt er tegenwoordig veel vastgelegd. Er zijn verschillende mensen die op allerlei manieren op dit moment geschiedschrijving doen door van wat ze overkomen, in foto’s, beeld, taal vast te leggen. En die is breed toegankelijk, veel meer dan 20 jaar geleden. Je wordt zelfs overspoeld ermee, de hoeveelheid informatie is zodanig dat het niet meer te overzien is. En behapbaar. Zo zal ook mijn verhaal tussen al die verhalen belanden, en hoeveel waarde heeft dat dan?

Ik denk dat ik ook schrijf omdat ik hoor dat ik mensen hoop geef. Dat inderdaad met een chronische ziekte leven, met het vooruitzicht op een kort leven, met nieuwe longen, een mooi leven geleefd kan worden. Angst hoort bij het leven, maar blijdschap ook. Als ik me alleen maar door de angst zou laten leiden, dan zou het leven geen leven zijn maar alleen maar lijden. En dan kan een mensenleven lang duren, hoe kort die ook duurt. En tijd, tijd is relatief. Het gaat erom hoe je met die tijd omgaat. Ik doe dat op mijn manier. Soms hoor ik mensen zeggen dat ze versteld staan van wat ik allemaal doe. En of dat niet allemaal te veel is. Ik denk dat het leven te kort is om niet alles eruit te halen wat er inzit. Er komen nog genoeg momenten waarop het leven even niet geleefd kan worden, wanneer er stilstand is, zoals in de periode van wachten op nieuwe longen. En zelfs dan leef je, want elke seconde telt, elke ademteug is er eentje. Geen mooiere uitspraak dan Carpe Diem, pluk de dag.

Dus daarom ga ik maar door met het schrijven over mijn leven. Te vertellen hoe ik dat gedaan heb. Misschien inspireer ik mensen, net zoals anderen mij inspireren. En misschien wordt er aan mij gedacht als ik er niet meer ben. En leeft mijn leven zo voort, in de gedachten en misschien zelfs in doen en laten van mensen na mij. Mijn stem is in elk geval vastgelegd, al is het maar op de momenten dat ik over mijn leven mocht vertellen in een aantal programma’s op televisie, ben ik hoorbaar op mijn eigen video’s af en toe en heb ik zelfs een solo ingezongen op een cd. En ook mijn moeder en mijn zus leven nog steeds in mijn gedachten en doen en laten. En een dag als vandaag is een dag waarop ik me daar weer even van bewust mag zijn.

 

vrijdag 27 maart, 12e isolatiedag: beertjesjacht

Op dit moment heerst er een ware beertjesjacht in mijn wijk, blijkbaar is dit landelijk (?). Kinderen worden erop uit gestuurd om beertjes, knuffels, achter de ramen van huizen te spotten, een ware speurtocht. Natuurlijk kan ik me daar niet aan onttrekken, ook omdat ik een heel speciaal beertje heb, dat zat te wachten om weer in het zicht te komen.

Mijn beertje is namelijk 68 jaar oud. Hij mist een oog, is helemaal kaal, is niet groter dan 10 centimeter, en ziet er uit of hij net een natte duik genomen heeft en weer op de kant geklommen is, en nu in mijn vensterbank voor het raam in de zon zit te drogen.

Mijn beertje is mij dierbaar, ook al heb ik het in een potje van keramiek uit Zuid-Frankrijk in mijn kastje achter glazen deurtjes liggen. Ik heb hem gekregen in 1990 toen ik in Hairfield (Londen), Engeland, was voor de screening voor mijn hart-long transplantatie die daar eventueel zou gaan plaats vinden. Ik was daar eind maart 1990 aangekomen en ik ontmoette daar Angela. Angela was de koffiejuffrouw die elke dag mijn natje en droogje kwam brengen.

Ik kreeg een bijzondere band met Angela, die op dat moment 38 jaar was, en ik, met mijn 24 jaar, vond haar erg aardig. Ze had het typisch Londens accent en sprak veel met mij als ze even langs kwam. Tussen alle drukte van onderzoeken door, als ik weer bij moest komen op mijn kamer, was zij een welkome afleiding. En dat was blijkbaar wederzijds.

Na 2 weken echter, mocht ik weer naar huis. Dokter Yacoub had me goedgekeurd voor de transplantatie, en ik mocht weer terug naar Nederland, naar het toenmalige Leijenburgziekenhuis, om te wachten op mijn oproep. Ik mocht namelijk naar huis omdat ik binnen 2 uur reistijd van Londen zat. Anderen, die minder gelukkig waren om zo dichtbij te wonen, moesten in het ziekenhuis daar blijven. Zo verbleven er personen uit bijv. Australië, en sommigen lagen daar al 1,5 jaar te wachten in een zespersoonskamer! Ik kan me niet indenken hoe dat moet zijn! Dat is wel even wat anders dan wat wij nu hebben, in ons gerieflijke huis in isolatie blijven en af en toe een ommetje maken, naar de winkel gaan.

Toen ik weg zou gaan was het wel even afscheid nemen van alle verpleegsters die ik aan mijn bed had gehad. Ik was blijkbaar populair geweest. Zo ook Angela. Zij gaf me om te beginnen haar adres, zodat we konden schrijven. Er was tenslotte destijds nog geen internet in de meeste kringen. En tot slot gaf ze me een heel bijzonder cadeau: het beertje dat zij had gekregen bij haar geboorte. Ik kreeg het beertje, dat ze al 38 jaar met veel liefde en zorgzaamheid had bewaard! Ik voelde me natuurlijk enorm vereerd, durfde het eigenlijk niet aan te nemen. Maar wel duidelijk was hoezeer zij mij die met liefde wilde geven. Om dat nog te onderschrijven zei ze: ‘als ik 14 jaar jonger was geweest zou ik achter je aan gezeten hebben in de gangen’. Een mooiere liefdesverklaring kan je bijna niet krijgen, dacht ik. En met een warm vervuld hart vertrok ik terug naar mijn isolatiekamertje in het Leijenburg, dat zorgvuldig vrijgehouden was voor mij. Ook daar was ik blijkbaar een soort VIP.

Angela heb ik na mijn transplantatie nog twee keer ontmoet, beide keren in haar huis in Hairfield. Ik heb daar twee keer gelogeerd, in 1991 en een paar jaar later, de tweede keer met de motor. Ik heb nog liefdevol contact gehad met haar die eerste keer, maar al snel bleek toch wel dat het leeftijdverschil en wellicht ook het feit dat ik niet verliefd op haar was, vooral een warme vriendschap inhield. Maar dan gebeurt, wat al gauw gebeurt, vriendschap op afstand is moeilijk te onderhouden. En mijn leven werd overstroomd door het leven zelf, ik wist niet wat er allemaal mogelijk was in een leven en werd er door overmand, geleefd, het vulde me zodanig dat er geen ruimte meer was voor haar. En ook zij ging haar eigen gaan, zoekende naar liefde.

Maar ze is nog steeds in mijn gedachten. En hoewel zij zelf niet op Facebook zit, ik heb nog een heel klein beetje contact via Facebook met haar dochter, die vier was toen ik haar ontmoette, en haar oudere dochter, die toen 21 was. Gelukkig is ze dus niet onbereikbaar, en zie ik af en toe nog wat foto’s van haar met haar dochters. Ik begrijp wel dat onze levens totaal verschillend waren en dat het zo gegaan is. Maar ik heb een hele bijzondere herinnering aan haar, en eentje verbeeld in het kleine fragiele beertje voor mijn raam. Eén van de cadeautjes in mijn leven.

Martin Coolen herinnerd

Tot mijn grote verdriet is Martin Coolen overleden. Martin was als niergetransplanteerde met mij en veel anderen vaak te zien bij de Wereldspelen voor Orgaan getransplanteerden (WTG). Niet alleen daar, maar ook ervoor, bij het trainen voor de tafeltenniswedstrijden, kwamen we regelmatig samen en hadden we veel plezier.

En ook hebben we met een clubje WTG gangers een keer carnaval gevierd in Moergestel. Dat was mijn eerste kennismaking met carnaval. Vooral zorgen dat je een interessant carnavalspak had was voor mij een uitdaging. Uiteindelijk fabriceerde ik met hulp van mijn zus een heus Fred Flintstone pak in elkaar. Met een heuze papier macher knuppel erbij, die snel rond ging onder alle carnavalvierders. En met mijn Goofy sloffen was het helemaal een bijzonder gezicht.

We togen al vroeg van kroeg naar kroeg, waar het nog heel rustig was en kwamen uiteindelijk in de drukte terecht. Ik dronk in één keer 5 biertjes weg, met het idee dat ik dit toch echt nodig zou hebben om me enigszins mee te kunnen laten gaan in het feestgedruis. Wetende dat dit bier nogal aangelengd was met water, is het misschien onvoorstelbaar, maar ik werd er al aardig aangeschoten van. De kick hielp mij tot de klok van 12 uur om te hossen, gek te doen, met iedereen aan te pappen en zelfs een leuke meid te scoren… tot ik het om één of andere reden verknalde in het proces…

Om 12 uur was echter de roes over en ging ik over op de cola. De rest ging vrolijk door met hijsen en op gegeven moment was het voor mij wel welletjes. Voor de anderen duidelijk niet, ik moest nog even geduld hebben. De een was aan het aanpappen met een leuke dame aan de bar, de rest was compleet buiten beeld. Maar rond 3 uur vond de rest het blijkbaar ook welletjes, of werden door mij daar bewust van gemaakt, en gingen we huiswaarts aan. Want we sliepen bij huize Coolen, toen het ouderlijk huis van Martin.

Onderweg donderstraalde nog één van ons in een bloemenperk, ik zal geen namen noemen, en er werd vervaarlijk gefloten naar een stel opgeschoten jongeren, wat gelukkig niet leidde tot ongeregeldheden. Thuis gekomen togen we naar de zolder waar alle dekbedden op de grond uitgespreid lagen en probeerden we de rust en de slaap te vinden. De volgende dag om 11 uur bij het ontbijt werd het eerste biertje al weer genuttigd. Wat een feest was dat! Een bijzondere ontmaagding voor mij qua carnaval.

Bedankt Martin voor die mooie tijd!! Moge je in de hemel verder feesten!

En veel sterkte voor Martin’s familie!

 

Donderdag 26 maart, 11e isolatiedag: Storm

Ik droomde vannacht een bijzondere droom. Ik stond aan de rand van een groot water, met een goede bekende CF vriend en samen keken we bij een heldere blauwe lucht, volop zon over het water. Er was gewaarschuwd voor de komst van een enorme storm, en we zagen in de verte de dreigende wolken als een stip aan de horizon. Op het water lag een enorme woonschip. Deze was van een goede vriendin en we besloten onszelf uit te nodigen en aan boord te gaan. We moesten erheen zwemmen, alles achterlatend.

Aan boord werden we zeer welkom met een dikke knuffel ontvangen door die vriendin. Er waren heel veel mensen aan boord, en er was een binnenzwembad. Op gegeven moment lag ik in een loungebank met een paar goede CF vrienden om me heen. Niet tegen elkaar aan, maar wel heel dichtbij. Ik kon ze aanraken. Ze voelden warm en zacht aan, de twee vrouwen die dicht bij mij lagen toen ik ze aanraakte. Ik voelde een drang om ze tegen me aan te drukken.

We keken door het raam naar buiten en zagen dat de storm inmiddels woedde. De golven, die groter en groter werden, beukten tegen de boot. Een paar vreesden dat de storm ons te pakken zou krijgen en waren bang. Ik merkte echter dat de boot ferm en stabiel op het water lag en geen vat op ons kreeg.

En ineens was daar mijn laatste vriendin, degene met wie ik voor het laatst echt intiem ben geweest. We lagen niet tegen elkaar, maar ik voelde haar warme zachte nabijheid. Zij praatte tegen mij op de vertrouwde manier zoals we dat hadden gedaan. Het voelde zo vredig en fijn.

En toen werd ik wakker… de wekker ging en ik moest me weer ontworstelen aan de droom om naar de oppervlakte te komen. Ik realiseer me dat wij in die storm zitten. We dobberen als mensheid op een zee van water en zijn totaal overgeleverd aan de krachten van de natuur. Maar we zijn met elkaar in deze storm. En het feit dat voor mijn gevoel de boot stabiel en ferm in het water bleef, geeft me het vertrouwen dat we hier doorheen komen.

Wel realiseerde ik me dat er één ding is dat ik heel erg ga missen deze periode: de nabijheid van een geliefde, de knuffels, de warmte, de zachtheid van een vrouwenlichaam, het vertrouwd praten en delen van onze innerlijke gedachten en gevoelens.

Het is nu precies drie jaar geleden dat de relatie ten einde kwam. Misschien komt zij dus niet toevallig in deze droom. Ik weet wel dat ik degenen benijd die nu met hun geliefden zijn. Tegen hen wil ik zeggen: ‘Koester wat je hebt, geef die geliefden extra liefde, knuffels, aandacht, want het is niet vanzelfsprekend wat je hebt! Jullie zijn bevoorrecht dat jullie elkaar hebben, juist in deze onzekere tijden’.

En waarom er nu ineens CF vrienden om me heen waren? Ik denk omdat dit komt omdat er gister een item bij Eén Vandaag was over het feit dat door de Corona andere behandelingen, zoals transplantaties, niet uitgevoerd worden. Dit betekent dus dat er een aantal mensen in zeer serieuze levensbedreigende situatie zitten. Daar waar veel mensen zich zorgen maken of ze misschien heel ziek zullen gaan en worden en eventueel daaraan kunnen overlijden, zijn er een aantal mensen die echt serieus ziek zijn en zeker vrezen te overlijden en niet aan de Corona. Nu alles moet wijken om de mensheid te beschermen worden een aantal mensen die soms hun hele leven al ziek zijn opzij geschoven. Misschien dat dit de mensen, die gezondheid als vanzelfsprekend hielden, bewust maakt dat er niets in het leven vanzelfsprekend is. En dat er dus mensen zijn die de vrees die nu heerst al hun hele leven kennen.

Ondertussen schijnt de zon weer volop, de lucht is blauw. Is er een storm op komst? En zijn wij àllemaal aan boord?

Woensdag 25 maart, 10e isolatiedag: Piano

Vandaag schijnt de zon weer aan een strak blauwe hemel, alsof de natuur mij een hart onder de riem wil steken en zeggen: ‘ik kan ook veel moois geven’. Het is hartverwarmend.

Vorige week had ik toch nog wel een leuk moment: mijn piano is verkocht.Ik had deze in 2006 gekocht nadat ik in december 2015 in Praag was geweest met mijn boezemvriendin. We gingen daar naar 2 concerten, eentje van Brahms en eentje van Sjostakovitsj. Ik vond Brahms geweldig, een vioolconcert, en Sjostakovitsj vreselijk, zo ontzettend a-melodieus, maar er was wel een vonkje ontbrand: de liefde voor klassieke muziek. En een gedachte geboren: ik ga piano spelen.

Als kind moesten wij van onze ouders 2 jaar muziektheorie volgen en een instrument spelen. Dit onder het mom ‘wij hebben dit nooit kunnen doen vroeger, dus nou motten jullie het maar doen’. Peter koos voor de trompet, Ellen voor de fluit en daarna dwarsfluit en ik, ik koos voor piano… maar piano was te duur dus werd het elektrisch orgel. Ik dacht toen, dat zal wel hetzelfde zijn ongeveer, maar niets was minder waar. Het was een lelijk grof groot monster, met 2 rijen toetsen, het geluid klonk heel ‘synthetisch’, niet echt katoen, warm, zacht. Ik kreeg vervolgens ook nog een leraar die sigaren rookte, wat enorm stonk, in mijn bijzijn, en ik was nog wel longpatiënt, maar wat nog meer tegenstond was het feit dat hij bij zijn linkerhand een vingerkootje miste… en ik leerde geen akkoorden maar alleen maar noten… het was gedoemd te mislukken. Het orgel stond in een zijkamertje geduldig te wachten tot ik het zou bespelen. En dat deed ik niet. Mijn vader had dit wel door en besloot de termijn van 3 maanden huurkoop niet te laten verlopen en het orgel weer weg te doen.

Maar ja, toen moest ik toch wel een ander instrument kiezen. Dat viel me moeilijk, wat op zich al genoeg had moeten zeggen, maar ik koos gitaar. De gitaar was op dat moment bijna net zo groot als ik, dus als ik gitaar in de hoes had gehesen en naar les ging, dan vroegen mensen zich wel eens af ‘gitaar waar ga jij met die jongen heen’. Want ik had dat ding natuurlijk op de fiets op mijn rug met een grote riem, een andere manier was er niet om het te verplaatsen.

Ik had een leraar die op John Lennon leek, lange sluike ongewassen grijs/zwarte haren, raar soort identieke sik of baard, ziekenfondsbrilletje, en zware shag rokend (ook weer waar ik bij was, het stonk er vreselijk in zijn leskamer), gele vingers van het roken. Ik trof het ook nog eens om een medecursist te hebben die een elektrische gitaar bij zich had. Hij speelde de snaren van het instrument, elke week moest zijn gitaar door de leraar gestemd worden. Mijn gitaar ging na de de les de kast in en kwam de volgende week erna weer eruit, was perfect geconditioneerd opgeruimd geweest die week in die kast, dus stemmen hoefde niet. Ik vond het ook vreselijk, spelen op de gitaar. Mijn vingers deden pijn van het indrukken van de snaren en erg geïnspireerd werd ik ook niet van het spelen van Vader Jacob… ik leerde helemaal geen akkoorden waardoor ik misschien nog enigszins warm had kunnen lopen. Nee ik moest eerst de basics leren… Die waren helaas aan mij verspild… ik weet niet meer hoe lang ik les gehad heb, maar ook dat was een storm in een glas water. De gitaar heb ik overigens nog steeds, als het goed is staat of hangt hij nog ergens bij mijn zwager.

Maar in 2005 kreeg ik dus de geest om piano te gaan spelen en in januari 2006 stond deze ook in mijn woonkamer, een heuse silent Yamaha. Dat wilde zeggen dat ik akoestisch kon spelen maar ook digitaal, met koptelefoon. Dit om mijn buren te sparen als ik ’s avonds wilde spelen. Ik begon voortvarend, ik kocht lesboeken, self education noemde ik het, en het ging goed. Ik vond het leuk en al gauw had ik in drie jaar drie lesboeken weggewerkt. Maar toen… toen kwam de klad erin. Ik nam geen les, ik had geen zin om elke week huiswerk te hebben, verplicht te worden te spelen elke dag. En ik had moeite om met mijn linkerhand iets anders te spelen dan mijn rechterhand als het ware. De muziek werd moeilijker en moeilijker, met mollen en kruisen, en ik kwam er niet meer uit. Dus het werd een veredeld meubelstuk in mijn woonkamer. Zeker geen lelijk meubel maar wel een grote, zwarte. En het zag er best interessant uit als mensen op bezoek kwamen.

Maar toen wilde ik iets anders met mijn kamer. Een glazen pui, de woonkamer naar achteren verplaatsen… tja, geen plek meer voor de piano. Ik wilde het te koop aanbieden, maar mijn neefje was al flink actief met de piano en had een nieuwe nodig. Dus we besloten mijn piano in een soort bruikleen bij mijn broer te zetten. Maar zoals dat soms gaat met jeugdige talentjes, ze worden ouder, gaan puberen, gamen en andere interessante dingen komen voorbij en piano spelen is dan ook voorbij. Dus die werd vervolgens ook een meubelstuk bij mijn broer. Een groot, zwart meubelstuk.

Hij wilde het dus kwijt, ik wilde het niet meer hebben, ik zou niet weten waar ik het moest laten, dus mijn broer heeft het aangeboden aan twee pianohandelaren en eentje bood zowaar voor mijn inmiddels 15 jaar oude piano een fijn bedrag. En nu, in deze onverwachtse tijden, heb ik op afstand afstand gedaan van 15 jarige piano. Dat afscheid had ik natuurlijk al lang gedaan, dus ik heb er geen traantje om hoeven laten, maar ik heb nog wel de gedachte dat ik met dat geld ooit misschien nog een kleine handzame inklapbare piano kan kopen… en dan echt les nemen. Ooit…

Ergens voelt het alsof ik toch een soort droom heb opgegeven. Dat vonkje is gedoofd. Anderzijds weet ik inmiddels ook dat ik meer een consument van muziek ben dan een producent. Dat vonkje is nog alive and kicking, klassieke muziek horen en zien spelen is nog steeds iets waar ik heel warm van kan worden, zeker live muziek. Maar het zelf produceren van muziek…

Het komt ook doordat ik waarschijnlijk te ongeduldig ben: als ik iets nieuws wil gaan doen, dan moet ik het ook direct kunnen. En piano spelen kost nu eenmaal jaren van je leven, jaren die langer duren dan als je een kind bent… als het ware. Daarnaast merk ik dat ik met het spelen drukker bezig ben met wat ik moet spelen dan dat ik kan genieten van wat ik aan het spelen ben.

Ik had hetzelfde met toen ik salsacursussen volgde. Ik ben gek op dansen, en heb vroeger ook dansles gehad, klassieke dansen. Kwam goed van pas en ik was er ook goed in. In de jaren 90 nam ik dus salsales, en ontdekte dat ik ook daar goed in ben: losjes in de heupen, goed gevoel voor timing, en vooral leuk om zo dicht op een vrouw te zijn, een interactie aan te gaan, en er samen iets moois van maken. Gaandeweg merkte ik echter dat de figuren steeds moeilijker werden. Er werden filmpjes gemaakt van de figuren, zodat je die thuis nog een keer kon bekijken. En ook dat was het begin van het einde. Als ik meer moet gaan denken dan dansen, als ik mijn hersens moet pijnigen om de dans met de dame leuk te houden en niet telkens alleen maar basis te dansen, dan wordt het toch niet meer leuk. Dus na 4 cursussen hield ik het daar ook voor gezien. Ik ben nog wel een keer op herhaling geweest 10 jaar later , maar ook toen strandde ik weer na 4 cursussen… Ik heb er nog wel veel voordeel van, je kunt bij allerlei soorten muziek de salsabeginselen toepassen, dus ik maak direct indruk als ik de dame in een dans af en toe laat draaien en heen en weer gooi.

Maar piano spelen is een eenzame hobby, jij en je muziek, dus dat is helaas geen goede match geworden…

Dinsdag 24 maart, 9e isolatiedag: tijd is relatief

Gister zijn verscherpte maatregelen uitgesproken, onder andere dat we tot juni niet meer met meerdere mensen bij elkaar mogen komen. De situatie duurt voort, het thuiswerken en op afstand vergaderen zal nog langer nodig zijn.

Ik wou weer een blog schrijven over dat we niets leren van geschiedenis, van de epidemieën die geweest zijn, het onbegrijpelijke hoe we onze eigen ondergang al jaren aan het veroorzaken zijn… Maar eigenlijk merk ik dat ik alleen maar vermoeider en vermoeider word van al dat gepraat erover en het gedenk. Ja, het is ernstig, ja ik moet voorzichtig zijn, ja, ja, ja.

Maar ik merk ook dat nadenken over 4 maanden of langer in deze situatie zitten weer buiten mijn gezichtsveld is. Zoals dat toen was. Ik denk weer aan de tijd van het jaar voor mijn transplantatie, 1990, toen ik zo ziek was dat elke dag er één was en dat nadenken over waar ik over een maand, half jaar of jaar zou zijn voor mij ondenkbaar was. En zo ook nu de informatie dat de kans groot is dat ik het virus kan krijgen, zeker als man. En omdat ik kwetsbaarder ben. Ik kan het me allemaal niet voorstellen. Ik begin weer te leven in het moment. Vandaag was een werkdag in mijn werkkamer thuis, een fietstochtje naar de apotheek en de winkel, een uurtje wandelen in het groene gebied achter mijn huis, een telefoontje met een vriendin. En morgen is een vrije dag, waarop ik wil rusten, want ik merk dat ik moe ben. En dan komt… wat er ook komt.

Ik vraag me ook af hoe lang we het gaan volhouden om leuke grappige filmpjes over thuis werken, thuis blijven te blijven sturen. En ook al het nieuws rondom ‘het virus’, de angst die ermee continue gevoed wordt. Wat je voedt dat groeit zeggen ze. Voed je hoop of voed je wanhoop en angst. Ik wil er eigenlijk niet mee bezig zijn.

Daarom respect voor de mensen die hier wel mee moeten bezig blijven, politici, iedereen in de zorg, andere hulpverleners, gezinnen die moeten dealen met de situatie, mensen die niet hun zorgen zomaar op zij kunnen zetten. Ik wil dit alles opzij zetten waar dat kan. Ik kan me druk maken over alles dat me kan overkomen, dat heb ik wellicht ooit toen ook gedaan. Maar ik realiseer me, net als toen, dat zolang ik adem ik leef. En dat is uiteindelijk alles dat bepalend is voor mij, in welke situatie ik ook ga komen. Als er één ding is dat ik geleerd heb, is dat ik niets in de hand heb. En zolang ik dat weet ben ik ontzettend hard mijn best aan het doen alles te controleren. Want het zal toch niet aan mij liggen…

En het stomme is dat de momenten dat ik het los liet, dat ik me overgaf aan wat er was, dat ik de controle losliet, de mooiste dingen gebeurden. Vrouwen werden verliefd op me, het hele land ging geld voor mij en mijn zus verzamelen, en uiteindelijk kwam de uitkomst, de redding, iemand die bij het verlaten van zijn leven iets ongelooflijk waardevols aan mij gaf dat mij deed voortleven.

Dus nu, nu hoop ik dat ik los kan laten als toen, me overgeven aan wat komt, en daarbij de mooiste momenten van mijn leven mag beleven. Want waar leef ik anders voor!