Home » Uncategorized » Woensdag 25 maart, 10e isolatiedag: Piano

Woensdag 25 maart, 10e isolatiedag: Piano

Vandaag schijnt de zon weer aan een strak blauwe hemel, alsof de natuur mij een hart onder de riem wil steken en zeggen: ‘ik kan ook veel moois geven’. Het is hartverwarmend.

Vorige week had ik toch nog wel een leuk moment: mijn piano is verkocht.Ik had deze in 2006 gekocht nadat ik in december 2015 in Praag was geweest met mijn boezemvriendin. We gingen daar naar 2 concerten, eentje van Brahms en eentje van Sjostakovitsj. Ik vond Brahms geweldig, een vioolconcert, en Sjostakovitsj vreselijk, zo ontzettend a-melodieus, maar er was wel een vonkje ontbrand: de liefde voor klassieke muziek. En een gedachte geboren: ik ga piano spelen.

Als kind moesten wij van onze ouders 2 jaar muziektheorie volgen en een instrument spelen. Dit onder het mom ‘wij hebben dit nooit kunnen doen vroeger, dus nou motten jullie het maar doen’. Peter koos voor de trompet, Ellen voor de fluit en daarna dwarsfluit en ik, ik koos voor piano… maar piano was te duur dus werd het elektrisch orgel. Ik dacht toen, dat zal wel hetzelfde zijn ongeveer, maar niets was minder waar. Het was een lelijk grof groot monster, met 2 rijen toetsen, het geluid klonk heel ‘synthetisch’, niet echt katoen, warm, zacht. Ik kreeg vervolgens ook nog een leraar die sigaren rookte, wat enorm stonk, in mijn bijzijn, en ik was nog wel longpatiĆ«nt, maar wat nog meer tegenstond was het feit dat hij bij zijn linkerhand een vingerkootje miste… en ik leerde geen akkoorden maar alleen maar noten… het was gedoemd te mislukken. Het orgel stond in een zijkamertje geduldig te wachten tot ik het zou bespelen. En dat deed ik niet. Mijn vader had dit wel door en besloot de termijn van 3 maanden huurkoop niet te laten verlopen en het orgel weer weg te doen.

Maar ja, toen moest ik toch wel een ander instrument kiezen. Dat viel me moeilijk, wat op zich al genoeg had moeten zeggen, maar ik koos gitaar. De gitaar was op dat moment bijna net zo groot als ik, dus als ik gitaar in de hoes had gehesen en naar les ging, dan vroegen mensen zich wel eens af ‘gitaar waar ga jij met die jongen heen’. Want ik had dat ding natuurlijk op de fiets op mijn rug met een grote riem, een andere manier was er niet om het te verplaatsen.

Ik had een leraar die op John Lennon leek, lange sluike ongewassen grijs/zwarte haren, raar soort identieke sik of baard, ziekenfondsbrilletje, en zware shag rokend (ook weer waar ik bij was, het stonk er vreselijk in zijn leskamer), gele vingers van het roken. Ik trof het ook nog eens om een medecursist te hebben die een elektrische gitaar bij zich had. Hij speelde de snaren van het instrument, elke week moest zijn gitaar door de leraar gestemd worden. Mijn gitaar ging na de de les de kast in en kwam de volgende week erna weer eruit, was perfect geconditioneerd opgeruimd geweest die week in die kast, dus stemmen hoefde niet. Ik vond het ook vreselijk, spelen op de gitaar. Mijn vingers deden pijn van het indrukken van de snaren en erg geĆÆnspireerd werd ik ook niet van het spelen van Vader Jacob… ik leerde helemaal geen akkoorden waardoor ik misschien nog enigszins warm had kunnen lopen. Nee ik moest eerst de basics leren… Die waren helaas aan mij verspild… ik weet niet meer hoe lang ik les gehad heb, maar ook dat was een storm in een glas water. De gitaar heb ik overigens nog steeds, als het goed is staat of hangt hij nog ergens bij mijn zwager.

Maar in 2005 kreeg ik dus de geest om piano te gaan spelen en in januari 2006 stond deze ook in mijn woonkamer, een heuse silent Yamaha. Dat wilde zeggen dat ik akoestisch kon spelen maar ook digitaal, met koptelefoon. Dit om mijn buren te sparen als ik ’s avonds wilde spelen. Ik begon voortvarend, ik kocht lesboeken, self education noemde ik het, en het ging goed. Ik vond het leuk en al gauw had ik in drie jaar drie lesboeken weggewerkt. Maar toen… toen kwam de klad erin. Ik nam geen les, ik had geen zin om elke week huiswerk te hebben, verplicht te worden te spelen elke dag. En ik had moeite om met mijn linkerhand iets anders te spelen dan mijn rechterhand als het ware. De muziek werd moeilijker en moeilijker, met mollen en kruisen, en ik kwam er niet meer uit. Dus het werd een veredeld meubelstuk in mijn woonkamer. Zeker geen lelijk meubel maar wel een grote, zwarte. En het zag er best interessant uit als mensen op bezoek kwamen.

Maar toen wilde ik iets anders met mijn kamer. Een glazen pui, de woonkamer naar achteren verplaatsen… tja, geen plek meer voor de piano. Ik wilde het te koop aanbieden, maar mijn neefje was al flink actief met de piano en had een nieuwe nodig. Dus we besloten mijn piano in een soort bruikleen bij mijn broer te zetten. Maar zoals dat soms gaat met jeugdige talentjes, ze worden ouder, gaan puberen, gamen en andere interessante dingen komen voorbij en piano spelen is dan ook voorbij. Dus die werd vervolgens ook een meubelstuk bij mijn broer. Een groot, zwart meubelstuk.

Hij wilde het dus kwijt, ik wilde het niet meer hebben, ik zou niet weten waar ik het moest laten, dus mijn broer heeft het aangeboden aan twee pianohandelaren en eentje bood zowaar voor mijn inmiddels 15 jaar oude piano een fijn bedrag. En nu, in deze onverwachtse tijden, heb ik op afstand afstand gedaan van 15 jarige piano. Dat afscheid had ik natuurlijk al lang gedaan, dus ik heb er geen traantje om hoeven laten, maar ik heb nog wel de gedachte dat ik met dat geld ooit misschien nog een kleine handzame inklapbare piano kan kopen… en dan echt les nemen. Ooit…

Ergens voelt het alsof ik toch een soort droom heb opgegeven. Dat vonkje is gedoofd. Anderzijds weet ik inmiddels ook dat ik meer een consument van muziek ben dan een producent. Dat vonkje is nog alive and kicking, klassieke muziek horen en zien spelen is nog steeds iets waar ik heel warm van kan worden, zeker live muziek. Maar het zelf produceren van muziek…

Het komt ook doordat ik waarschijnlijk te ongeduldig ben: als ik iets nieuws wil gaan doen, dan moet ik het ook direct kunnen. En piano spelen kost nu eenmaal jaren van je leven, jaren die langer duren dan als je een kind bent… als het ware. Daarnaast merk ik dat ik met het spelen drukker bezig ben met wat ik moet spelen dan dat ik kan genieten van wat ik aan het spelen ben.

Ik had hetzelfde met toen ik salsacursussen volgde. Ik ben gek op dansen, en heb vroeger ook dansles gehad, klassieke dansen. Kwam goed van pas en ik was er ook goed in. In de jaren 90 nam ik dus salsales, en ontdekte dat ik ook daar goed in ben: losjes in de heupen, goed gevoel voor timing, en vooral leuk om zo dicht op een vrouw te zijn, een interactie aan te gaan, en er samen iets moois van maken. Gaandeweg merkte ik echter dat de figuren steeds moeilijker werden. Er werden filmpjes gemaakt van de figuren, zodat je die thuis nog een keer kon bekijken. En ook dat was het begin van het einde. Als ik meer moet gaan denken dan dansen, als ik mijn hersens moet pijnigen om de dans met de dame leuk te houden en niet telkens alleen maar basis te dansen, dan wordt het toch niet meer leuk. Dus na 4 cursussen hield ik het daar ook voor gezien. Ik ben nog wel een keer op herhaling geweest 10 jaar later , maar ook toen strandde ik weer na 4 cursussen… Ik heb er nog wel veel voordeel van, je kunt bij allerlei soorten muziek de salsabeginselen toepassen, dus ik maak direct indruk als ik de dame in een dans af en toe laat draaien en heen en weer gooi.

Maar piano spelen is een eenzame hobby, jij en je muziek, dus dat is helaas geen goede match geworden…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s